Opinie: De Leugen van de Vergrijzing


Als we vergrijzing opvatten als veroudering en veroudering als minder presteren, is het een verkeerde voorstelling van zaken te beweren dat de beroepsbevolking vergrijst.

Vloedgolf aan vitaliteit
Alle onderzoeken wijzen uit dat gemiddeld gesproken mensen langer gezond blijven, hoger zijn opgeleid, een langere vitale toekomst hebben, ondernemend zijn en blijven leren. In termen van een financieel-economische bijdrage kunnen leveren, is de groep vitale mensen alleen maar groter geworden. Dankzij de babyboom is er zelfs sprake van een vloedgolf aan vitaliteit. Dat hebben we te danken aan de verzorgingsstaat van de afgelopen dertig jaar. Die heeft de mensen goed verzorgd, goed gesoigneerd en goed verzekerd naar hun vijfenvijftigste levensjaar gebracht. Met de belofte: de komende dertig jaar mag u, betaald van een welvaartsvast pensioen, spelenderwijs naar het einde van het leven gaan.

Mondiale ontwikkelingen
Vanuit dit perspectief hebben we niet geïnvesteerd in mensen na hun vijfenveertigste. Hebben we ons niet afgevraagd of mensen nog wel vijftien jaar hun geld waard zijn, of we onze werkorganisaties misschien anders zouden moeten inrichten. Hebben we geen rekening gehouden met mondiale economische ontwikkelingen, met verschuivingen van machten. We dachten, als werkgevers, een paar miljoen vitale leden van de arbeidsmarkt met groot verlof te kunnen sturen. Daarmee ieder bedrijfsrisico, dat deze groep zou kunnen opleveren, afkopend. We dachten, als goed opgeleide werknemers in een toenemend democratische samenleving, eindelijk verlost te worden van het nog steeds hiërarchische arbeidscontract. En eindelijk te kunnen doen wat we zelf willen. Allemaal verwachtingen waaraan in het tempo van het smelten van de ijskap een einde is gekomen.

Leeftijdsbewust personeelsbeleid
Het vraagstuk van de vergrijzing, het werken aan leeftijdsbewust personeelsbeleid is dus een kwestie van management van gewijzigde verwachtingen, van verloren idealen, van verdwenen perspectief, van het ontwikkelen van nieuw besef, nieuwe doelen, een nieuwe economische noodzaak. Het menselijk kapitaal van de vijftigers moet weer economisch kapitaal worden, maatschappelijk kapitaal in termen van bijdrage aan het Bruto Nationaal Product. Of aan de condities in de samenleving die bijdragen aan het Bruto Nationaal Product. Vijftigers kunnen van betekenis zijn, willen van betekenis zijn, ook financieel-economisch. De welvaartsvaste belofte van twintig jaar geleden is waarschijnlijk moeilijk vol te houden. In ieder geval doen we er, collectief en individueel, goed aan om de eigen welvaartsvaste levensverzekering maar weer eens te inspecteren en er rekening mee te houden dat de eigen vastgestelde, te ontwikkelen of te behouden vitaliteit ook een kostbaar economisch goed is.

Uitdaging voor iedere vijftiger
Hier ligt de opdracht voor de psychologie – een econoom zei ooit dat economie een bijvak is van psychologie – om het voortouw te nemen bij het management van bijgestelde verwachtingen, noodzakelijk geworden in het kader van de sterk gewijzigde maatschappelijke, financieel-economische toekomst. Conclusie: er is geen enkele aanleiding onszelf vergrijzing aan te praten in termen van recht op rust. Het moet voor iedere vijftiger een uitdaging, een persoonlijke opdracht worden om nog twintig jaar een maatschappelijke of economische prestatie te kunnen leveren als dat van hem of van haar gevraagd wordt.

Toine de Caluwé (1943), senior consultant GITP Life

Toevoeging: Toine de Caluwé en ik hebben een projectplan ontwikkeld voor een intergemeentelijke sociale dienst in Friesland.

Leave a Reply